Veenendaal 1 nanometers van kampioenschap verwijderd na winst in streekderby

Ik heb vroeger op een blauwe maandag nog op voetbal gezeten. Dribbelen, voorzetten, schieten: ik kon het allemaal niet. Maar het had wel wat: op een kille zaterdagmorgen in de stromende regen op een modderig achterafveldje – bijna altijd de verste weg; dat krijg je als je in de F13 zit – met z’n tweeëntwintigen zonder enige kennis of gevoel voor tactiek of totaalspel achter een bal aan rennen. Als ik met mijn fietsje de Verlengde Sportlaan op reed probeerde ik altijd zo strak mogelijk rechts aan te houden – niet alleen vanwege de gevaarlijke cocktail aan in- en uitparkerende auto’s en honderden fietsen die daar op de drukke zaterdagochtend door elkaar heen krioelden, maar vooral ook omdat aan de rechterhand mijn cluppie zat – DOVO – en daar direct tegenover de aartsrivalen van GVVV. Ik kan me niet veel onderlinge wedstrijden herinneren, maar één match staat in mijn geheugen gegrift. Het was de 90e minuut. Ik gaf de bal op onze rechtsbuiten. De rechtsbuiten begon met dribbelen, omspeelde twee spelers en passte de bal op Aron. Aron schoot….. en GOAL! We maakten het laatste doelpunt van de wedstrijd. Ook onze enige. We verloren met 22-1. Het is geen toeval dat ik maar met schaken ben doorgegaan.

De derby. Hij is niet meer wat het geweest is. In mijn jeugd speelden DOVO en GVVV steevast in dezelfde klasse. Tweemaal per jaar sloegen de decibellenmeters in Veenendaal op hol bij het onderlinge treffen van de roden en de blauwen. Maar uiteindelijk namen de voetballers van de verkeerde kant afstand en sinds een jaar of tien speelt GVVV dus elk jaar een klasse hoger dan DOVO. Weg derby. Niet alleen een ramp voor de clubs en de duizenden supporters, maar ook voor de journalisten van de Gelderlander. En zo geschiedde het dat de lokale nieuwsfotograaf afgelopen zaterdag voet zette in een ietwat bedaagd buurthuis voor de schaakderby tussen Veenendaal en Bennekom. 

Ik heb me hier natuurlijk goed op voorbereid en zie er, al zeg ik het zelf, piekfijn uit in het bloemetjesgordijn van mijn moeder. Ook over de opstelling is goed nagedacht. Etienne en Stefan zullen hun sterkste spelers met zwart gaan neutraliseren; Tijmen en ik vangen de kans af dat Hotze of Rembrandt onverhoopt een keer zwart zouden hebben. 

Dan de match. Ik kan al snel het goede voorbeeld geven. Mijn tegenstander probeert iets te enthousiast mijn avances aan de flank te stoppen waardoor ik tijd heb om dwars door het midden te gaan. Tactisch klopt het allemaal als een bus en zo verdien ik na een uur of twee het voorrecht om het verslag te schrijven. (1-0)

Gunie heeft plichtsgetrouw zijn vakantie onderbroken om mee te spelen, maar weet zijn goede bedoelingen helaas niet kracht bij te zetten met goede zetten. Al snel lijkt zwart wat prettiger te staan met een onaantastbare octopus op e5. De zwarte pionnenstorm op de koningsvleugel die daarop volgt is even logisch als sterk, en zo wordt de stelling van Gunie geleidelijk aan ontmanteld. (1-1)

Zoals het een echte derby betaamt wordt de rest van de partijen zwaar bevochten en duren de meeste tot ver na de tijdscontrole. Daarbij wordt de klasse van onze spelers steeds duidelijker. Stefan speelt een dynamische partij tegen hun kopman Hotze en weet in de verwikkelingen uiteindelijk een kwal voor te blijven. Nadat hij de praktische kansen van wit vakkundig heeft geneutraliseerd kan hij het punt in het eindspel incasseren. (2-1)

Etienne speelt een typische Etienne-partij. Half denkend, half god-knows-what geeft hij na een zet of vijftien een dame weg om er vervolgens achter te komen dat hij naast twee lichte stukken er per ongeluk ook wat praktische kansen voor terug krijgt. Het vervolg is hectisch en zeker niet correct, maar op een of andere manier weet je gewoon dat Et deze partij gaat winnen – ik heb hier ondertussen ervaring mee. Ergens voor de tijdcontrole blundert Et om het lot nog extra te tarten, maar zelfs dit weerhoudt hem uiteindelijk niet. (3-1)

Tijmen komt voor de verandering deze keer niet verloren uit de opening. (4-1)

Matthijs speelt een prima pot, maar zoals wel vaker dit seizoen gaat het mis bij het afmaken van de gewonnen stelling. Een blunder verandert het eindspel met een gezonde pion meer naar een stelling met twee pionnen minder. (4-2)

Mars geeft de derby de drama die hij nodig heeft. Al na vijf zetten kan ze opgeven als ze een toren weggeeft. Maar opgeven staat niet in haar woordenboek. Ze ploetert door, wint uiteindelijk wel het paard in de hoek voor de toren terug, en weet een soort zandkasteel te bouwen. Wit speelt het niet handig en als ik even later bij haar kom kijken is het zandkasteel veranderd in een echte vesting. Waar de investeerders eerder zijn afgehaakt worden er boven in de analyseruimte nu alweer gretig kratjes ingezet op winst van Marcella. En inderdaad! De tegenstander doet een ultieme winstpoging die hem van de regen in de drup brengt. Mars staat nu duidelijk gewonnen en…. neemt remise aan? Er blijkt toch een limiet te zitten aan haar vechtersmentaliteit (4,5-2,5)

Erik zorgt ervoor dat we de reservering bij de Indiër tot tweemaal toe naar achter moeten verzetten. Hij komt gewonnen te staan, verpest het, komt weer gewonnen te staan, verpest het, komt wéér gewonnen te staan, verpest het weer… en net als ik denk dat het nu echt remise gaat worden komt Erik de zaal uitgelopen met een grote grijns. Ik mag niet zien hoe hij het geflikt heeft (5,5-2,5)

Drama voor de lokale journalisten in de Vallei: ook deze derby gaat van het menu verdwijnen. We hebben de komende twee wedstrijden namelijk al genoeg aan een paar bordpunten om het kampioenschap veilig te stellen. Dus bent u een fanatieke dammer, curler, of mahjongspeler en kunt u het bloed van uw rivaal aan de overkant van de straat wel drinken: dit is je kans om deze rivaliteit op krantenpapier vast te laten leggen. Voor een premium verslag, klik hier!

-Joost Offringa

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.