H.S.G. 2 – V.S.V. 2

Bord 1

Voor het schrijven van dit verslag heb ik mijn bord erbij gepakt om de partij na te spelen. Daar was donderdag 15 februari geen gelegenheid meer voor, want het was al rond middernacht dat ik remise moest berusten. En er is alle reden om deze partij na te spelen, want er gebeurde van alles. Tevens heerste het idee dat ik misschien ergens de winst gemist zou hebben.

Die avond kreeg ik het Hollands te bestrijden. In de opening mocht ik al op de vierde zet mijn pion naar e4 spelen, waardoor ik ruimte in het centrum kon pakken. Kort daarna dacht ik dat ik die trotse pion ging verliezen, maar zag bijtijds dat met loper naar d5 een penning had, waarna er een prettig ruimte voordeel voor wit ontstaat. Mijn tegenstander zal ik ook gezien hebben, want hij liet zich er niet op in.

Een paar zetten later speelde zwart zijn pion op naar e5. Heb lang nagedacht of ik op e5 moest ruilen, maar besloot tot het uitvoeren van een penning, die door een lange rokade ongedaan werd gemaakt, maar of de zwarte koning daar echt veilig stond? Ik besloot dat ik met mijn loper op d5 maar eens met de dame bij zwarte koning op bezoek te komen hoopte ook nog om de b- of c-lijn te openen, waardoor ik ook mijn torens erbij zou kunnen halen. Die lijnen kwamen niet open, want ik moest met de dame de pion slaan (waar ik dat het liefst met de pion had gedaan). 

Een zet later trok ik mijn loper terug (die stond aangevallen, maar was niet meer veilig doordat er geen penning meer op de koning was).

Nu ik er weer naar kijk, had ik op dat moment moeten ruilen op e5 (valt dan ook de zwarte loper aan). Na één of meerdere ruilen blijft zwart zitten met een versplinterde pionnenstructuur. Ook na dameruil – die kort daarna volgde – had ik nog steeds moeten ruilen op e5. Nadat ik dat verzuimd had (speelde in plaats daarvan een torenzet), schoof zwart zijn pion door naar e4, waardoor het centrum dicht ging, zodat zijn koning meer veiligheid genoot. En was mijn voordeel grotendeels verdwenen.

Er ontstond een nieuwe fase, waarin we allebei probeerden onze stukken zo goed mogelijk neer te zetten. Daarbij speelde ik mijn pion naar f4 maar dat bleek niet handig. Zwart kon profiteren door met zijn h-pion te gaan lopen. Maar gelukkig kon ik alles verdedigen. Rond de 40e zet bood mijn tegenstander remise aan, maar dat werd geweigerd, want ik zag een plan om via de open h-lijn met de torens binnen te komen, om daar zijn zwakke f-pion te gaan belagen: toren naar h5, mijn paard naar het blokkade veld e3. Met inmiddels beide torens op de h-lijn besloot ik om zijn toren te pennen. Nadat zwart besloot met zijn koning uit de penning te lopen. Daarna ruilde ik een stel torens, in de veronderstelling dat ik daarna ook wel die f-pion zou krijgen (wat niet het geval bleek). 

Op de terugreis gaf Jaap aan, dat ik – in plaats van torenruil –  ook met mijn andere toren de zwarte stelling binnen had kunnen gaan. Dit gaat met schaak. Als zwart er dan een toren tussen zet of met zijn koning terug gaat, kan ik de f-pion slaan: vanwege de penning kan zwart dat paard niet slaan. Maar hij kan schaak ook opheffen door zijn loper er tussen te zetten. Ik kan dan nog steeds die pion slaan, zelfs met schaak, maar zijn koning komt dan nog dichterbij: naar veld e6 alwaar hij mijn paard aanvalt. Daarna kan ik niet verhinderen dat er een zwarte toren naar de b-lijn gaat om mijn pion op b3 aan te vallen: die pion kan ik niet verdedigen: mijn andere toren moet eerst nog terug via h1, en het paard kan niet naar d4 (want daar stond vanaf de eerste zet een pion, die daar de hele partij is blijven staan)

Zoals al eerder aangegeven, die f-pion kreeg ik dus niet te pakken. Daarna waagde ik nog probeerde via de b-lijn. Daar wist ik een vrije a-pion te creëren. Daarna dacht ik nog steeds een kans te hebben, door mijn g-pion op te spelen: als zwart neemt, dan komt mijn paard via g4 naar veld e5 waardoor pion c6 bij zwart valt. Maar als er niet op g4 geslagen wordt, dan schuif ik hem door g5 (Dat laatste had ik in tijdnood gemist). Het winstplan is dan als volgt: mijn paard naar b3 brengen, waarna de a-pion naar a6 geschoven kan worden. Zwart moet dan met loper naar b8 verhinderen dat de a-pion doorloopt naar de overkant. Dan paard naar a5 brengen, waarna bij zwart de c-pion valt. Als zwart die pion met zijn koning verdedigt, dan loopt mijn g-pion naar de overkant. 

Maar in plaats van g4 te spelen, ging het paard alweer terug. En daarna deed ik het nog verkeerd door mijn koning naar het verkeerde veld te spelen. Mijn pluspion ging er alsnog af. Kort daarna volgde er een zetherhaling waarna tot remise werd besloten. Maar als zwart met zijn koning mijn a-pion had opgehaald en daarna naar c4 was gelopen, dan had ik nog kunnen verliezen (maar ook zwart had – gelukkig – ook nog weinig tijd over).

Gerard Bulthuis

Bord 2

Op 15 februari 2024 speelde het team van VSV 2 in de SOS-competitie tegen het team van HSG 2. HSG staat voor Hilversums Schaakgenootschap. Ik mocht die avond meerijden met Ron Eveleens waarvoor dank. Ik speelde met de zwarte stukken aan bord 2 tegen Patrick Kreuning.

De witspeler opende met f2-f4 waardoor ik meteen in een mij niet bekende opening zat. Ik antwoordde met d7-d5. En in het vervolg ontwikkelde ik mijn stukken en speelde ik de korte rokade. Ondertussen had de witspeler een paard op veld e5 geplaatst. Verder stond de loper op de witte velden dreigend op veld d3 en speelde wit, die ook kort gerokeerd had, de toren van f1 naar f3. Ik was beducht voor een koningsaanval. Ik zocht tegenactie met de b- en c-pion op de damevleugel en ik verkreeg een open b- en c-lijn. De witspeler zette zijn aanval op de koningsvleugel niet door. Hij richtte zijn stukken nu op de damevleugel. Van zet 19 tot zet 35 hadden een vrij tactisch stukkenspel op de damevleugel (aanval en tegenaanval). Op zet 34 had wit nog 1 paard op b8 en had zwart een loper op de witte velden op d1. Verder stonden er aan beide zijden nog 5 pionnen op het bord en natuurlijk onze beide koningen. Wij waren in een eindspel beland. Ondertussen had ik heel veel tijd verbruikt. Veel meer dan de zwartspeler. Van zet 36 tot en met zet 53 speelde ik erg snel. Dat ging goed. De witspeler moest zijn paard tegen de zwarte h-pion offeren teneinde promotie van de h-pion te voorkomen. Ik had nog 1 minuut bedenktijd en ik zag de op zich best eenvoudige winst niet. Wij kwamen remise overeen.

Jan van Ham

Bord 3

In mijn partij – met wit – kreeg ik vanaf de opening een behoorlijk agressieve aanval over me heen maar ik kon de dreigingen met enig denkwerk toch wel pareren. Toen werd het mijn beurt voor een aanval op de koningsstelling van de tegenstander. Zijn dame was door de vroege aanval opgesloten geraakt en ik had verschillende mogelijkheden om zijn gerokeerde koning onder druk te zetten. Helaas koos ik de verkeerde loper om de aanval in gang te brengen en zwart kon door een slimme afruil de druk opheffen en mijn stukken met een vorkje op e5 aanvallen. Ik verloor een loper of een paard, koos voor de loper maar moest kort daarna toezien hoe mijn aanval helemaal werd overgenomen en kwam in een hopeloze stelling terecht. Opgeven was nog het enige dat ik kon doen. Helaas!

Ron Eveleens.

Bord 4

Mijn tegenstander, met wit, kwam meteen snel op de koningsvleugel op e en f, in de aanval en mijn reactie had beter gekund. Al snel stond er een witte pion op f5. Toen later na wat stukken ruil er ook een pion op d5 kwam te staan, was wit toch wel ver opgerukt, al was wel zijn lastige witte loper van het bord. We hadden beiden de korte rokade gekozen. Ik wist te voorkomen dat mijn stelling werd opgerold met als resultaat: aan beide kanten nog alle pionnen, twee torens en de koning. Na een torenruil bleef het naar elkaar schuiven over, zodat er een haast ondoordringbare muur overbleef. Remise.

Jaap van Beelen

Bord 5

Op bord 5 werd mij een Siciliaan voorgeschoteld. Opening verliep heel rustig en na een zet of 10 was er weinig gebeurd. Alles in evenwicht. Na een aantal zetten werden de dames geruild. Zwart begon nu de druk op te voeren en zette zijn stukken in op mijn pion op c2 . Alles was er nu op gericht deze pion vast te houden daar zwart met zijn pion op d4 dreigde op te rukken. Zag er aanvankelijk moeilijk uit voor wit. Kostte veel tijd om de juiste zet voor wit te vinden om onder de druk uit te komen. Met a3 gevolgd door zwarts bxa3, kreeg wit met Txa3 de mogelijkheid zwarts aanval grotendeels te neutraliseren. Zwart hergroepeerde zijn stukken voor een nieuwe aanval. Witte stukken stonden nu beter en konden de aanval met de 35-ste zet f4 afslaan. Remise. Analyse even achter het bord en later uitgebreider thuis liet zien dat alles in evenwicht was. Ook de eerder genoemde a3 op zet 28 gevolgd bxa3 kwam goed door thuis analyse heen.

Rob Leer

Bord 6

Als je tegenstander na afloop van de partij zegt dat hij zich niet kan herinneren ooit zo goed gespeeld te hebben….

En als uit de computer analyse na afloop blijkt dat bijna al zijn zetten, volgens de computer de beste zet bleken te zijn….

Nou dat is het duidelijk dat ik tegen Peter Leijgraaff een zware avond heb gehad.

In een Siciliaanse partij koos ik op de 10e zet niet de beste voortzetting en werd ik in de volgende 10 zetten volledig van het bord gespeeld. 

Kees van Heerikhuize

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *