Twello 1 – Veenendaal 2

Bord 1

In de laatste ronde van de SOS-competitie, seizoen 2025-2026, speelde ik voor het team VSV 2 met de witte stukken tegen Jos Barendregt namens Twello 1 met de zwarte stukken.Onze vereniging organiseerde op de avond van 17 april 2026 de slotronde van de SOS-competitie in de poules 2B en 2C. De slotrondes werden gespeeld in de zaal Maranatha. Ik dank de organisatoren van dit evenement. Wij openden met het Grunfeld-Indisch. Na 11 zetten hadden wit en zwart hun opening voltooid. Wit had pionnen op de velden c3, d4 en e4. Zwart had op veld g7 de loper van de zwarte velden geposteerd. Zwart viel in het vervolg de pion op d4 aan, terwijl ik die pion verdedigde. Na een pionnenruil had ik een overwicht in het centrum met pionnen op d4 en e4 en had zwart een overwicht op de damvleugel (zwarte pionnen op a7 en b6 en een witte pion op a2.Na 22 zetten waren de dames en torens van het bord en resteerde er een eindspel met aan beide zijden een paard en een loper van de zwarte velden. In de pionnenstructuur was er niet veel veranderd. Het was, denk ik, een tamelijk statische stelling. Ik moest de pionnen op de damevleugel blokkeren en de pion op d4 verdedigen. In deze stelling had ik mijn koning van veld g1 naar het centrum moeten verplaatsen. In plaats daarvan ging ik met het paard op jacht naar de pionnen op b6 en a5. Mijn tegenstander maakte goed gebruik van die fout. Hij liet de koning naar het centrum lopen en toen ik op het punt stond om met mijn paard op veld c8 de zwarte pion op veld b6 te slaan, speelde hij die pion naar veld b5. Hij offerde aldus de b-pion, maar hij kreeg er een vrije a-pion voor terug. Ik moest promotie van de a-pion voorkomen door mijn loper van e3 naar c1 te spelen. Vervolgens viel zwart met zijn koning mijn paard op c8 aan. Ik speelde het paard naar veld b6 waarna de zwarte loper de witte pion op d4 sloeg; met aanval op het paard op veld b6 en met de dreiging van promotie van de a-pion. Dat was mooi gespeeld van zwart. Ik sloeg de pion op a3 weg en zwart sloeg mijn paard weg. I n deze stelling had ik slechts een pion voor een paard. Ik verdedigde mij, maar na 50 zetten heb ik opgegeven.

Jan van Ham

Bord 2

Op vrijdag 17 april jl. was het in Maranatha volle bak.

Waar op een zaterdagmiddag in een KNSB-ronde 4 teams thuis spelen en 34 partijen te bewonderen zijn, waren het nu maar liefst 2 * 4 * 6 = 48 partijen te bewonderen. Want naast de slotronde van het tweede team, speelde ook de poule van ons 3e team hun gezamenlijke ronde in de SOS-competitie. Hoe dat in zijn algemeenheid is gegaan, kunt u lezen in het verslag van Kees van Heerikhuize (d.d. 20 april jl.). Dan nu op verzoek toch een persoonlijke terugblik op mijn eigen partij van die avond.

We mochten als team op live-borden spelen. Daar staat ie op het moment nog op. Maar om te kijken waar het allemaal beter zou hebben gekund, heb ik mijn partij toch op Lichess ingevoerd.  De partij begon, met zet-verwisseling, als een geweigerd damegambiet. Als je de waardering aanzet, zie welke zet je wellicht de volgende keer zou kunnen spelen.

Zo geeft de computer zetten lang aan dat ik mijn loper naar veld d6 moet spelen, maar dat gebeurt pas op zet 16. Tot daar aan toe had wit een minimaal plusje, daarna ging het over in een minimaal plusje voor zwart. Maar daar had ik niks aan, want er moest eigenlijk gewonnen worden. Na een blik op de andere borden, en een aantal stonden niet best, besloot ik op mijn bord iets te creëren om op winst te kunnen spelen. Een kans daarop ontstond toen ik met een batterij dame-loper van de zwarte velden druk kon uitoefenen op de witte a- en b-pion. Maar op de 33e zet ging wit ernstig in de fout door zijn toren naar d3 te spelen, waardoor er een dubbele aanval met mijn dame mogelijk werd. De eerste keer durfde ik dat nog niet te spelen vanwege een dame aanval op de ongedekte toren, maar een zet later kreeg alsnog de mogelijkheid. En toen heb ik de dubbele aanval wel kunnen uitvoeren, zodat zwart een stuk voor kwam te staan. Daarna werd toch in tijdnood toch een beetje een zenuwentoestand, want met weinig tijd is een foutje snel gemaakt. Maar je ook nog oppassen dat wit geen vesting kan opbouwen. Beide zaken gebeurden niet, en in de slotstelling is het mat in 2 zetten voor zwart (en met 2 mogelijkheden).

Gerard Bulthuis

Bord 3

Voor mijn eerste invalbeurt kreeg ik meteen de ambitieuze plek achter bord 3. Eenmaal aangekomen op locatie kwam ik er pas achter dat het ook nog eens om een strijd tegen degradatie ging; de druk zat er dus al snel op. Tijdens mijn partij gebruikte ik veel meer tijd dan mijn tegenstander en had ik het gevoel voortdurend achter de feiten aan te lopen. Na een lange strijd, waarin het aardig gelijk opging, leek het in mijn ogen echt remise. Dat vond ik zelf en voor het team, een prima resultaat, dus bood ik remise aan. Mijn tegenstander weigerde echter en we speelden door, waarna ik plotseling al snel twee pionnen kon winnen. Mijn zelfvertrouwen groeide en mijn speelstijl werd steeds sneller. Totdat het hele kaartenhuis instortte doordat zijn d-pion kon promoveren als ik mijn toren niet offerde. Zo ging ik uiteindelijk toch als underdog onderuit. Achteraf vertelde mijn tegenstander nog dat hij ervan baalde dat hij mijn remiseaanbod niet had geaccepteerd toen ik zijn pionnen won. Naast deze verloren partij en degradatie, had ik de week daarna de andere kant van het spectrum, namelijk kampioen met Veenendaal 4. 

Mijn partij: 

1. c4 g5 2. Nc3 c6 3. g3 Bg7 4. Bg2 e6 5. e3 Ne7 6. Nge2 d5 7. cxd5 exd5 8. d4 Ng6 9. Bd2 Be6 10. h3 Nd7 11. Rc1 O-O 12. O-O Nf6 13. Kh2 h6 14. Qc2 Qc7 15. f4 gxf4 16. exf4 Ne7 17. Ng1 Bf5 18. Qd1 Rae8 19. Nf3 Ne4 20. Nxe4 Bxe4 21. Bb4 f6 22. Nh4 Rf7 23. Bxe4 dxe4 24. Bxe7 Qxe7 25. Nf5 Qd7 26. Qg4 Kh7 27. h4 Rg8 28. Qh5 Qe6 29. b3 Bf8 30. Rfe1 Rg6 31. Ne3 f5 32. Nc4 Bg7 33. Ne5 Bxe5 34. dxe5 Rd7 35. Rcd1 Rd5 36. Qe2 Qg8 37. Qe3 Qd8 38. Rxd5 Qxd5 39. Re2 c5 40. Rd2 Qc6 41. Qc3 b5 42. Rc2 Qd5 43. Qxc5 Qd3 44. Qxa7+ Rg7 45. Qf2 e3 46. Qe2 Rd7 47. Qxd3 Rxd3 48. Re2 Rd2 49. Rxd2 exd2

Stan Laan

Bord 4

Ik mocht invallen in de slotronde voor ‘team Arie’. Het zou een pittige pot worden, en dat werd het dan ook. Ik had de zwarte stukken, en we gingen het Dame gambiet in. Na een paar zetten kwamen we er beide achter, dat we een symmetrische stelling hadden. 4 pionnen keken naar elkaar, maar het was niet duidelijk wanneer deze spanning zou worden opgelost. Ik besloot zoveel mogelijk afruilen te vermijden, want het was duidelijk als mijn tegenstander dit deed, dat ik een actievere stelling kreeg. Mijn tegenstander had echter op een van mijn wachtende zetten zijn A-pion te ver naar voren bewogen, wat een duidelijke zwakte vormde. Op een gegeven moment besloot ik toch meerdere stukken af te ruilen, omdat ik dan (mede door die zwakte) in een actievere positie terecht zou komen. Ik miste echter de enige zet die mij misschien de partij duidelijk zou winnen, door zijn centrum pion met mijn loper aan zijn toren te pennen. Dit miste ik en dus kwam ik in een weliswaar betere positie, maar waar het niet duidelijk was hoe ik zou winnen. Ik zag al aan de stelling dat verlies haast niet mogelijk was, omdat ik het helemaal terug zijn hol in had geduwd. Ik speelde zo moeilijk mogelijke zetten, waar de tegenstander veel tijd aan moest uitgeven. Gedurende de rest van de partij was ik aan het vissen voor fouten, maar ik kon helaas niets binnen hengelen. Toen de laatste stukken er af waren, was het een pionnen eindspel, waar mijn pionnen veel hoger het bord op stonden. Helaas was zijn koning net op tijd om de aanval te stoppen. Ik moest toegeven aan remise nadat voor en de pionnen, en de koning niet verder zouden kunnen komen. Eind resultaat: half puntje voor Veenendaal.

Joas Meijer

Bord 5

Met wit ( Rob) op bord 5 kreeg ik een Pirc voorgeschoteld . Na een zet of 8 stond er een Siciliaanse stelling op het bord. Op zet 11 ruilde ik de zwartveldige lopers af met Lxg7 gevolgd Kxh7 om de druk van het centrum af te halen. Daarna enige tijd gebruikt met het doorrekenen van de stelling, daar zwart een aanval met Ta8-b8 op de damevleugel voorbereide , werd de Koning naar h1 gespeeld. Na b7-b5 Veel speelde ik f2 > f4. Zwart speelde nu b5 > b4 met aanval op wits paard op c3. Dit paard koos het (achteraf gezien) verkeerde veld d5, met in het achterhoofd dat na ruil van paarden op d5 gevolgd door afruilen van de andere paarden, wit een open c lijn zou krijgen. De zo ontstane stelling zou te verdedigen zijn! Echter zwart doorzag dit en sloeg niet met cxd4 maar met exd4 het laatste paard waarmee de e-lijn geopend werd (en niet de c-lijn) met sterke aanvalsmogelijkheden voor zwart. Wit stond zo goed als verloren, maar gezien de stand 0-2 probeerde ik nog een halfje binnen te halen. Zwart speelde secuur en haalde verdiend het punt binnen. Beslissende fout was Pc3 naar d5, beter was Pc3 naar d1.

Rob Leer

Bord 6

Vrijdag 17 april was de slotronde van de sos competitie en ik speelde aan bord 6 met zwart. Er kwam een siciliaan op het bord waarin eerst weinig gebeurde. Dat maakte het wel zo moeilijk want wij probeerden beiden onze stukken zo goed mogelijk neer te zetten. Het duurde dan ook lang voordat er iets geslagen werd en op een zeker moment keek ik tegen een iets verzwakte koningsstelling aan waarin pion f7 weggeslagen was en op g6 en h5 nog 2 pionnen stonden. Alleen door een paard op f8 te zetten kon ik g6 nog dekken en daarna trok mijn tegenstander zich terug. Tijd voor plan b. Ik kon via de b-lijn druk uitoefenen, gebruikmakend van het feit dat zijn toren en loper op de koningsvleugel stonden te verdedigen tegen mijn inval op de h-lijn. Ik kreeg zelfs de mogelijkheid om een kwal te winnen en zag een mooie kans om via de b-lijn een opening te maken en vervolgens een vrijpion dicht bij zijn doel te krijgen. Zo gezegd, zo gedaan. Alleen mijn tegenstander dacht daar iets anders over, want toen ik Dxb2 speelde ruilde hij de dames niet af, maar speelde Dg6+ en viel tegelijkertijd mijn dame aan met zijn toren op f2! Er restte mij niets anders dan opgeven en mijn tegenstander te feliciteren.

Ricus Goossens

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *